Veroudering van schilderijen Picasso en Mondriaan beter te monitoren en te voorkomen

09 maart 2017 door Webredactie 3mE

Promovenda Birgit van Driel heeft in samenwerking met een consortium van onderzoekers uit het museale veld, de wetenschap en de industrie, een methode ontwikkeld om vroegtijdig het belangrijke pigment titaanwit te signaleren dat zorgt voor veroudering in moderne schilderijen. Daarmee kunnen belangrijke schilderijen op tijd worden beschermd. De resultaten van de onderzoekers zijn net geaccepteerd door het tijdschrift ACS Applied Materials and Interfaces.

Titaanwit
Een veel gebruikte olieverf in de 20e eeuw is titaanwit, dat voor het grootste gedeelte bestaat uit titaniumdioxide als pigment en olie als bindmiddel. Titaanwit werd in 1920 op de markt gebracht en is bijvoorbeeld te vinden in schilderijen van Picasso, Mondriaan en Jackson Pollock. Zonder maatregelen is het onvermijdelijk dat dit witte pigment op de lange duur veroudering veroorzaakt en het schilderij aan kracht, kleur en glans verliest. Deze veroudering gebeurt onder invloed van ultraviolet licht.

Betaalbaar
‘Helaas was het altijd moeilijk om precies vast te stellen of er al veroudering van  het bindmiddel op het schilderij plaatsvond’, zegt promovenda Birgit van Driel, verbonden aan de TU Delft en het Rijksmuseum. ‘Dus je was eigenlijk al te laat als je de aantasting vaststelde. Samen met andere onderzoekers hebben we daarom een methode ontwikkeld waarmee beginnende veroudering van de verf in de toekomst op een betaalbare manier is te monitoren, en daarmee te voorkomen.’ 

Infrarood 
Van Driel en collega’s gebruikte voor het onderzoek verschillende types infrarood-spectroscopie. ‘We hebben voor het eerst heel nauwkeurig, op nanoschaal zelfs, naar het degradatieproces van titaanwit kunnen kijken, via AFM-IR (Atomic Force Microscopy-Infraroodanalyse). Daarmee konden we specifieke pieken in het absorptiespectrum identificeren, die als het ware een ‘handtekening’ vormen voor veroudering van olieverf onder invloed van titaanwit in combinatie met ultraviolet licht.’

Makkelijke test
‘Helaas is het niet realistisch om alle schilderijen te onderwerpen aan een dure en ingewikkelde techniek als AFM-IR’, zegt Van Driel. ‘Maar met de informatie uit onze analyse met AFM-IR (en andere technieken) weten we nu gelukkig wel precies naar welke aanwijzingen we moeten kijken. En deze zijn in de toekomst ook te monitoren via simpelere, draagbare, non-invasieve en betaalbare infrarood-technieken die in ontwikkeling zijn. Je zou daarmee bijvoorbeeld om de vijf jaar kunnen kijken welke schilderijen al last hebben van veroudering. En dan kun je, indien nodig, de benodigde maatregelen treffen, door bijvoorbeeld de hoeveelheid UV-licht te verminderen.’ 

Breder toe te passen
Overigens denkt Van Driel dat de gebruikte AFM-IR techniek ook heel nuttig zou zijn voor onderzoek naar ander problemen met kunstenaarsverven. ‘In het algemeen kun je zeggen dat er met technologie nog veel is te winnen bij de conservering van schilderijen. Natuurlijk vergt dat wel eerst een zekere investering.’

Het onderzoek vond plaats in samenwerking met de University of Manchester (eerste auteur van het artikel), het Rijksmuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Verder was er financiële en inhoudelijke ondersteuning van AkzoNobel.

Meer informatie
Investigating the Photocatalytic Degradation of Oil Paint using ATR-IR and AFM-IR,
Suzanne Morsch, Birgit van Driel, Klaas Jan van den Berg en Joris Dik, ACS Appl. Mater. Interfaces, DOI: 10.1021/acsami.7b00638, http://pubs.acs.org/doi/abs/10.1021/acsami.7b00638

Contact Birgit van Driel, b.van.driel@remove-this.rijksmuseum.nl
Adviseur wetenschapscommunicatie TU Delft Roy Meijer, r.e.t.meijer@remove-this.tudelft.nl, 015 2781751.

 

 

© 2017 TU Delft

Metamenu